Ga naar homepagina van www.2400.be

MOL-Postel : abdij (13600 x gelezen)
De orde van de Norbertijnen of Praemonstratenzers is gesticht in 1121 te Prémontré nabij Laon (Frankrijk) door Sint-Norbert van Gennep. De orde huldigt de kloosteropvatting van Sint-Augustinus.

De edelman Fastradus van Uitwijk schonk tussen 1128 en 1138 het derde deel van Postel aan de abdij van Floreffe, die enkele van haar leden naar Postel stuurde om een nieuwe stichting te beginnen. Belangrijkste taken waren zielzorg, onthaal van reizigers (kruispunt van grote wegen : Antwerpen-Keulen en Leuven-'s Hertogenbosch), koorgebed (oratorium of gebedshuis gebouwd in 1140 onder de eerste prior Godeschalk), ontginning der streek, landbouw en armenzorg.

Dankzij talrijke schenkingen, vooral uit de plaatselijke adel, kon de jonge stichting al vlug tot bloei komen. Deze bezittingen werden anderzijds weer ten nutte gemaakt aan de bevolking langs de gastvrijheid. Eeuwen lang blijft deze gastvrijheid in hoog aanzien staan en was het meest typische kenmerk van de abdij.

De vierde abt van Floreffe, Herman, ijverde voor de bouw van een waardige kerk in Postel ter vervanging van het stenen gebedshuis. De Rijnlands-romaanse kerk, opgetrokken met grauwe turfsteen aangevoerd uit de Eifel, werd in 1190 gewijd door Isfridus, de norbertijnerbisschop van Ratzeburg. De grondslagen voor een goede stichting waren gelegd. De abt van Floreffe bleef nog voor eeuwen de hoogste overste van de Postelse gemeenschap, maar toch groeide Postel naar een steeds grotere onafhankelijkheid. In de loop van de veertiende eeuw daagt een eigen wapenschild op : de drie molenijzers van sabel-zwart op zilveren veld.

Misbruik van gastvrijheid

Als knooppunt van verschillende wegen werd Postel door reizigers druk bezocht. Met de gastvrijheid verliep het echter niet altijd even vlot. Het gebeurde immers maar al te dikwijls dat edellieden met een groot gezelschap kwamen binnenvallen. De hoge gasten wilden dan rijkelijk onderhouden worden en zulke bezoeken eindigden meermaals in echte plunderingen.

Plundertochten

Droeve tijden breken aan wanneer de Gelderlanders in de zestiende eeuw hun oorlogen hervatten. Het was bovendien de periode van de godsdienststrijd. Zo komen onze noorderburen voortdurend de Postelse hoeven plunderen. De meest beruchte strooptocht is die van september-oktober 1507, toen Robert van der Marck doorheen onze streken trok om Lommel, Postel, Balen, Mol, Geel, Retie en Dessel te verwoesten.

Het grote herstelwerk

In 1554 benoemt koningin Maria meester Jan van Buyle als nieuwe provisor, die Postel uit de schulden moet helpen. Om zich te beschermen tegen misbruik van de gastvrijheid beval de keizer dat reizigers slechts één nacht in Postel mochten verblijven en één maaltijd mochten vragen. Met veel geduld en doorzettingsvermogen heeft meester van Buyle gewerkt aan het herstel van de gemeenschap en wordt daarom wel eens de 'tweede stichter van Postel' genoemd.

De eerste abt

De grootste figuur uit de Postelse geschiedenis is Rombaut Colibrant, in 1544 te Leuven geboren uit een Antwerpse patriciërsfamilie. Hij werd norbertijn in Floreffe en stond al vlug bekend als een wijs man. Hij werd als provisor naar Postel gestuurd en heeft baanbrekend werk verricht voor de heropleving van de Postelse gemeenschap. Hij besefte dat Postel zich moest afscheiden van de Waalse moederabdij om de gemeenschap naar eigen noden uit te bouwen. Op 5 augustus 1613 werd Postel als onafhankelijke 'proostdij' uitgeroepen met Colibrant als 'proost'. Onmiddellijk liet Colibrant de nodige bouw- en herstellingswerken uitvoeren. In 1618 wordt Postel -gesteund door de aartshertogen- een zelfstandige abdij en drie jaar later wordt Rombout Colibrant in de moederabdij van Floreffe tot eerste abt van Postel gewijd. Dit was de kroon op het werk. Hij zorgt voor passend koorgestoelte in de kerk, bouwt tiendenschuren (armenzorg), beiaardtoren, brouwerij en ringmuur. Harde tijden breken aan.

Scheiding tussen Noord en Zuid

De kalvinistische Staten legden de Kempense dorpen in 1633-34 zeer zware krijgsschattingen op die moesten betaald worden. Gebeurde dit niet, dan stonden soldaten klaar om de streek te plunderen en de kerkelijke overheid gevangen mee te voeren. In 1635 vielen deze soldaten de abdij binnen en vermoordden de konfrater Augustinus van Zeeland. Hierbij kwam nog de scheiding tussen Noord en Zuid. Het grootste gedeelte van de Postelse goederen werden door de Staten aangeslagen. De Hollanders gingen echter nog verder en beweerden dat Postel zelf ook tot hun gebeid behoorde. Er zouden nog eindeloos veel betwistingen rijzen om Postel en pas in 1785 kan een regeling getroffen worden.

De Franse Revolutie

'Vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid' was de leuze van de Franse Revolutie. Het resultaat hiervan bleek echter te zijn dat een halve eeuw later een groot deel van Europa verwoest en ontredderd was. Ook de abdij ontkwam hier niet aan. De Oostenrijkse en Hollandse troepen konden de Fransen niet tegenhouden. De abdijgebouwen werden vernield en geplunderd. Op 3 januari 1797 verlieten de 43 konfraters de abdij en zochten onderdak ergens op de parochies. Alhoewel de abdijheren verspreid waren en geleidelijk uitstierven, dacht men er toch aan de gemeenschap verder te zetten. Pas vanaf 1831, met de afkondiging van de vrijheid van eredienst, begon het te vlotten. Het duurde echter nog tot 26 september 1847, precies een halve eeuw na de uitdrijving, dat de konfraters de abdij opnieuw binnentrokken. Van hen die verdreven waren, bleef er slechts één over : Herman-Jozef Beugels.

Wereldoorlog

Samen met vele andere heeft Postel de ellende van de twee wereldoorlogen gedragen. In 1914 logeerden er meer dan 500 mensen in de abdij. In 1940 en 1944 lag Postel midden in de frontlinie, maar kon toch ontsnappen aan een algehele vernietiging. Sindsdien is het langzaam uitgegroeid tot wat het nu is.

Uw logo hier ?

GRATIS op deze site
-uw zoekertjes
- uw activiteiten

 

Miss en Mister Lano Kempen

Ontwikkeling websites via DinaWeb

  

c 2002-2010 - Gebruiksvoorwaarden - Copyright